Uitspraken


Rechtbank Amsterdam, 14-12-2016
Renteswapzaak, geen dwaling, vraag of sprake is van een zorgplichtschending kan in het midden blijven want eiseres heeft geen schade geleden. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 16-11-2016
Renteswap, Euribormanipulatie door medewerkers Rabobank. Beroep op dwaling, bedrog, onrechtmatige daad, dan wel toerekenbare tekortkoming in verband met onbekendheid met Euribormanipulaties afgewezen. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 16-11-2016
Renteswap, Euribormanipulatie door medewerkers Rabobank. Beroep op dwaling, bedrog, onrechtmatige daad, dan wel toerekenbare tekortkoming in verband met onbekendheid met Euribormanipulaties afgewezen. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 16-11-2016
Renteswap. Euribormanipulatie door medewerkers Rabobank. Beroep op dwaling, bedrog, onrechtmatige daad, dan wel toerekenbare tekortkoming in verband met onbekendheid met Euribormanipulaties afgewezen. Daarnaast geen sprake van schending zorgplicht.. Zie uitspraak.

Gerechtshof Amsterdam, 15-11-2016
Renteswap. Vervolg op tussenarrest van 15 september 2015 (ECLI:NL:GHAMS:2015:3842). Vordering uit onverschuldigde betaling. Het hof heeft het bedrag begroot dat kredietnemer (per saldo) onverschuldigd aan ING heeft betaald en stelt partijen in de gelegenheid zich daarover bij akte uit te laten. Zie ECLI:NL:GHAMS:2014:4903. Zie uitspraak.

Gerechtshof Amsterdam, 11-10-2016
Renteswap. Vervolg op tussenarrest 10 november 2015. Het hof heeft het tussenarrest gewezen om partijen gelegenheid te geven voor overleg over een regeling in der minne op basis van de bevindingen van het hof, bij gebreke waarvan de gevorderde verklaring voor recht en het gevorderde nettobedrag zullen worden toegewezen. Een minnelijke regeling is niet tot stand gekomen. In het eindarrest zijn genoemde vorderingen toegewezen. Zie ECLI:NL:GHAMS:2015:4647 en ECLI:NL:GHAMS:2016:1920. Zie uitspraak.

Rechtbank Midden-Nederland, 05-10-2016
Renteswaps. Euribor is geen essentieel onderdeel van een renteswap. Beroep op dwaling in verband met onbekendheid met Euribormanipulaties door medewerkers van Rabobank afgewezen. Geen schending zorgplicht Rabobank. Zie uitspraak.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27-09-2016
Schending zorgplicht ter zake renteswap. De bank heeft cliënt niet geruime tijd voorafgaande aan het sluiten van de financieringsovereenkomst met verplichte renteruil gewaarschuwd voor de aan de renteswap verbonden risico’s. Rechtsgeldig opzegging financiering. Zie uitspraak.

Rechtbank Gelderland, 31-08-2016
Vordering tot o.a. ontbinding/vernietiging van renteswapovereenkomsten die eiseressen hebben gesloten met Rabobank Vallei en Rijn ter afdekking van renterisico. Manipulatie Euribortarieven. Zorgplicht bank. Geen sprake van bedrog of dwaling die voor rekening van de bank moet komen. Evenmin sprake van onrechtmatig handelen door de bank. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 27-07-2016
Renteswap en faillissement. Beëindiging van de renteswap door de bank na
faillietverklaring van de onderneming. Wordt de negatieve waarde van de renteswap gedekt door de afgegeven bankhypotheek? Rb: ja. Verder: de wijze van berekening van de negatieve waarde. Ten slotte: de door de curator gerealiseerde verkoopopbrengst van het met de bankhypotheek bezwaarde onroerend goed dient mede ter dekking van de juridische (buiten)gerechtelijke geliquideerde kosten van de bank in het geschil met de curator, nu die kosten voortvloeien uit de relatie van de bank met de cliënt (conform uitleg van de tekst van de bankhypotheek en de door de bank gebruikte algemene voorwaarden); het faillissement van de cliënte / de onderneming staat daaraan niet in de weg). Zie uitspraak.

Rechtbank Den Haag, 13-07-2016
Rentederivaten. Vervolg op tussenvonnis. Handhaven beslissing dat zorgplicht bank in dit specifieke geval bedingen collateral vergde in verband met de voorzienbaarheid van en risico’s samenhangend met tussentijdse beëindiging derivaten uit omvangrijke derivaten portefeuille ter zekerheid van elders afgesloten, fluctuerende financieringen en het daarmee verband houdende potentiele risico op een overhedge. Causaal verband schendingen zorgplicht en schade. Uitgangspunten voor schadebegroting. Voornemen benoeming deskundige. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 06-07-2016
Renteswap. Vordering inzake opslagverhoging op onderliggend krediet wordt toegewezen wat betreft de wettelijke rente, waar de bank zelf de opslagverhoging al ongedaan had gemaakt hangende het geding. Vordering gebaseerd op schending zorgplicht wordt afgewezen wegens verjaring. Overige vorderingen worden afgewezen wegens ontbreken van een voldoende feitelijke grondslag (wilsontbreken, dwaling, ontbinding, ontbreken last/volmacht, ontoelaatbare Selbsteintritt). Zie uitspraak.

Rechtbank Oost-Brabant, 29-06-2016
Collectieve actie artikel 3:305a BW / renteswaps. De rechtbank verklaart Stichting Renteswapschadeclaim niet-ontvankelijk in haar 28 vorderingen jegens Rabobank op twee te onderscheiden gronden.

1. de stichtingsstructuur van deze claimstichting voldoet niet aan de eisen van de Claimcode waardoor de macht binnen de stichting is geconcentreerd bij de directeur en waarborgen ontbreken om te voorkomen dat deze directeur zijn persoonlijke belangen op enig moment zal laten prevaleren boven de potentieel aanzienlijke belangen van de gedupeerde ondernemers. Bovendien is de stichting opgericht met als enig doel het voeren van een collectieve actie, lijkt zij te handelen vanuit commerciële motieven en heeft zij met haar andere werkzaamheden nog geen concrete resultaten bereikt voor de gedupeerde ondernemers. Alles bij elkaar genomen zijn de belangen van de gedupeerde ondernemers niet voldoende gewaarborgd (artikel 3:305a lid 2, laatste volzin BW).

2. de vorderingen zoals die zijn ingesteld strekken niet tot bescherming van gelijksoortige belangen (artikel 3:305a BW): het aantal variabelen waarmee rekening moet worden gehouden in de beoordeling van renteswapzaken maakt het onmogelijk om deze te vatten in één of meer van de door de stichting algemeen geformuleerde verklaringen voor recht, op een wijze die alle klanten waarvoor de Stichting stelt op te treden daadwerkelijk verder helpt bij het oplossen van hun geschil met Rabobank.

Zie uitspraak.


Rechtbank Noord-Nederland, 22-06-2016
Renteswap – dwaling, zorgplicht adviseur. Zie uitspraak.

Gerechtshof Den Haag, 21-06-2016
Rentederivaten, renteswaps, cancellable swaps, overhedge en mismatch, negatieve marktwaarde. Adviesrelatie, reikwijdte zorgplicht, informatieverplichtingen, onderscheid professionele en niet-professionele belegger. Dwaling, manipulatie Euribor. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 01-06-2016
Renteswap – geen schending zorgplicht bank. Zie uitspraak.

Rechtbank Midden-Nederland, 25-05-2016
Renteswapovereenkomsten. Vorderingen tot vernietiging wegens dwaling en tot vergoeding van schade wegens zorgplichtschending zijn verjaard. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 25-05-2016
Vervolg op het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 februari 2016 (zie uitspraak). Eindvonnis met de beoordeling van het nog openstaande geschilpunt inzake de buitengerechtelijke kosten. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 20-04-2016
Euribor-lening met opslag. Geen bevoegdheid tot verhoging van de opslag overeengekomen. De bedragen die de bank in rekening heeft gebracht uit hoofde van de verhoogde opslag zijn onverschuldigd betaald. Zie uitspraak.

Rechtbank Rotterdam, 16-03-2016
Een groep vennootschappen wenst de renteswapovereenkomsten die zij met Rabobank Rotterdam heeft gesloten ter afdekking van het renterisico te ontbinden/vernietigen omdat Rabobank Nederland de Euribor-tarieven heeft gemanipuleerd. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 09-03-2016
Euribor-lening met opslag. Geen bevoegdheid tot verhoging van de opslag overeengekomen. De bedragen die de bank in rekening heeft gebracht uit hoofde van de verhoogde opslag zijn onverschuldigd betaald. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 03-02-2016
Renteswap geadviseerd door de bank. Niet-passend product, schending zorgplicht, schadevergoeding toegewezen. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 27-01-2016
Bank niet aansprakelijk voor beëindiging krediet door cliënt zelf en was ook
niet gehouden om aanvullend krediet te verstrekken. Ook de eindafrekening van de renteswap komt niet voor vergoeding in aanmerking. Zie uitspraak.

Rechtbank Overijssel, 19-01-2016
Afwijzing vordering tot opheffing conservatoir beslag op bankrekeningen en afwijzing vordering ex 843a Rv. Zie uitspraak.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-01-2016
Ontbinding renteswapovereenkomst; overhedge problemen ontstaan tijdens
looptijd van renteswap; vaststellen hoogte ongedaanmakingsverplichting van de bank. Zie uitspraak. Zie ook het tussenvonnis van 12-08-2015

Rechtbank Amsterdam, 13-01-2016
Bank moet alsnog een deugdelijk onderbouwde berekening geven van het bij haar cliënt als eindafrekening van een renteswap in rekening gebrachte bedrag. Beroep op dwaling is verjaard en voor het overige heeft de cliënt te laat geklaagd in de zin van artikel 6:89 BW. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 13-01-2016
Renteswap. Verwijten van mismatch, overhedge, zorgplichtschending. Vordering tegen bank afgewezen. Zie uitspraak.

Rechtbank Overijssel, 06-12-2015
Kredietovereenkomst en renteswap. Geen sprake van bedrog of dwaling. Zie uitspraak.

Gerechtshof Amsterdam, 10-11-15
Renteswap. Beroep van kredietnemer op dwaling slaagt. Aan buitengerechtelijke vernietiging komt krachtens art. 3:53 lid 1 BW terugwerkende kracht toe. Vernietiging leidt ertoe dat partijen zonder rechtsgrond hebben gepresteerd. Partijen hebben wederzijds vorderingen uit onverschuldigde betaling verkregen als bedoeld in art. 6:203 BW. Het gevorderde nettobedrag (de betaalde swaprente verminderd met de ontvangen Euribor-rente) is toewijsbaar. De bank heeft geen beroep gedaan op art. 6:210 lid 2 BW dat van toepassing is op de prestatie van de bank (zie ook het arrest van dit hof van 15 september 2015; ECLI:NL:GHAMS:2015:3842). Het hof heeft een tussenarrest gewezen om partijen gelegenheid te geven voor overleg over een regeling in der minne op basis van de bevindingen van het hof, bij gebreke waarvan de gevorderde verklaring voor recht en het gevorderde nettobedrag zullen worden toegewezen. Zie uitspraak..

Rechtbank Amsterdam, 04-11-2015
Combinatie van een geldlening met een renteswap en rentecap. Geschil over de verhoging van de debiteurenopslag. De rechtbank overweegt dat de bank weliswaar contractueel bevoegd was om de opslag te verhogen, maar dat het in dit geval onaanvaardbaar is dat zij daartoe is overgegaan (artikel 6:248 lid 2 BW). Daarbij weegt o.a. mee dat de bank de op haar rustende bijzondere zorgplicht heeft geschonden door eiseres vooraf onvoldoende duidelijk te waarschuwen dat het afsluiten van een rentederivaat geen afbreuk zou doen aan het recht van de bank om de opslag jaarlijks aan te passen. Zie uitspraak..

AFM Boetebesluit ABN AMRO, 23-10-2015
Boetebesluit. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op 20 oktober 2015 een bestuurlijke boete van € 2.000.000 opgelegd aan ABN AMRO Bank N.V. ( ABN AMRO). ABN AMRO heeft aan ondernemers in het midden- en kleinbedrijf (mkb) diensten met betrekking tot rentederivaten verleend. ABN AMRO heeft echter onvoldoende gegevens over die dienstverlening bijgehouden. Daardoor kan de AFM niet onderzoeken of de werkzaamheden aansluiten bij de wensen van de klant en haar toezicht niet goed uitoefenen. Zie boetebesluit.

Gerechtshof Amsterdam, 15-09-15
Renteswap. Beroep van kredietnemer op dwaling slaagt. Aan buitengerechtelijke vernietiging komt krachtens art. 3:53 lid 1 BW terugwerkende kracht toe. Vernietiging leidt ertoe dat partijen zonder rechtsgrond hebben gepresteerd. Partijen hebben wederzijds vorderingen uit onverschuldigde betaling verkregen als bedoeld in art. 6:203 BW. Art. 6:220 lid 2 BW van toepassing op de prestatie van de bank. Partijen worden in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de (kosten van) de variant die de kredietnemer in plaats van de renteswap zou hebben gekozen en de (wijze van) berekening van de onverschuldigd betaalde bedragen. Zie uitspraak.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12-08-15
Renteswapcontract; beroep op dwaling faalt; bank schiet tekort ivm onvoldoende voorlichting over risico van overhedge, dat zich openbaarde; ontbinding van renteswapcontract. Zie uitspraak.

Rechtbank Oost-Brabant, 22-07-15
Renteswap. Aansprakelijkheid bank voor schenden zorgplicht jegens cliënt-onderneming door niet tijdig te waarschuwen voor de gevolgen van het ontstaan van een ‘open positie’ bij een uitgestelde renteswap. Eiseres (onderneming) vroeg bij haar bank, met wie zij al 30 jaar een bankrelatie had, naar de mogelijkheid van financiering van haar bouwplannen tegen een vaste rente. De bank heeft eiseres hierover advies uitgebracht en uit hoofde daarvan rustte op de bank een op de redelijkheid en billijkheid gebaseerde zorgplicht, mede gelet op de maatschappelijke functie en deskundigheid van de bank. De bank heeft een renteswap met uitgestelde ingangsdatum geadviseerd. Bij het aangaan van de renteswap heeft de bank eiseres voldoende voorgelicht. Toen twee maanden voor de ingangsdatum van de renteswap nog altijd geen sprake bleek van concrete bouwplannen, had de bank eiseres moeten waarschuwen voor de mogelijke gevolgen van het ontstaan van een ‘open positie’ (een renteswap zonder onderliggende financiering). Toen de bank negen maanden na de ingangsdatum van de renteswap van eiseres hoorde dat de bouwplannen voorlopig niet door zouden gaan, had de bank (opnieuw) moeten waarschuwen, evenals zes maanden nadien toen de bouwplannen nog meer naar de achtergrond verdwenen. Door die waarschuwingen niet te doen, heeft de bank haar zorgplicht geschonden. Had de bank zorgvuldig gehandeld, dan acht de rechtbank aannemelijk dat eiseres omstreeks 1 juli 2009 de renteswap zou hebben beëindigd. De bank wordt aansprakelijk geacht voor 75% van de nadien ontstane schade, rekening houdend met 25% eigen schuld aan de zijde van eiseres. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 15-07-15
Renteswap. Samenstel van overeenkomsten. Overeenkomst gezien de omstandigheden zo uitgelegd dat partijen naast de renteswap een gefixeerde opslag op de lening zijn overeengekomen. Door afnemer op de lening betaalde rentetermijnen moeten, voor zover zij zien op het verhoogde opslagpercentage, terug als onverschuldigd betaald. Zie uitspraak.

Rechtbank Rotterdam, 15-07-15
Renteswaps. Zorgplicht bank. Informatie- en waarschuwingsplicht. Hoedanigheid van de koper van de renteswaps. Forward stating swaps. Overhedge. Ruimte voor de bank om maatregelen te verlangen indien klant niet langer aan voorwaarden voor financiering voldoet. Geen aansprakelijkheid van de bank. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 08-07-15
Combinatie euriborlening en renteswap. Schending zorgplicht bank. Eenzijdige opslagverhoging door de bank naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 17-06-15
Renteswap. Samenstel van overeenkomsten. Overeenkomst gezien de omstandigheden zo uitgelegd dat partijen naast de renteswap een gefixeerde opslag op de lening zijn overeengekomen. Door afnemer op de lening betaalde rentetermijnen moeten, voor zover zij zien op het verhoogde opslagpercentage, terug als onverschuldigd betaald. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 22-04-15
Renteswap (participating cap). Adviesrelatie. Dat Rabobank in alle schriftelijke documentatie heeft benadrukt dat zij geen advies verstrekte aan CIA maar slechts optrad als haar contractuele wederpartij doet daar (in dit geval) niet aan af. Dit betekent dat voor Rabobank een zorgplicht geldt. Looptijd van het rentederivaat komt niet overeen met de (kortere) looptijd van de onderliggende financiering en heeft daardoor voor de resterende looptijd (in beginsel) een speculatief karakter. Op Rabobank als ter zake deskundige bank rustte tegenover CIA bij de totstandkoming van de transactie in ieder geval de (algemene zorg)plicht om CIA voorafgaand aan het sluiten van de transactie in voldoende mate te informeren over het aangeboden product, de mogelijke gevolgen en de hierboven weergegeven specifieke risico’s van het afsluiten van de transactie. De omvang van die informatieplicht hangt af van de omstandigheden van het geval, waarbij een rol spelen de deskundigheid en relevante ervaring van CIA (en [naam 1]), de ingewikkeldheid van het desbetreffende product en de aan het product verbonden risico’s. De rechtbank oordeelt dat in dit geval van enige schending van de zorgplicht door Rabobank geen sprake is. Ook geen schending Artikel 86 Bgfo: deze bepaling staat er niet aan in de weg dat partijen afspreken dat tot een bepaald bedrag geen zekerheden hoeven te worden gesteld. Artikel 86 Bgfo strekt er immers (slechts) toe te voorkomen dat een belegger wordt blootgesteld aan risico’s die hij niet kan dragen. Onrechtmatige beslaglegging: stellingen in het beslagrekest in strijd met de waarheid. Zie uitspraak.

Rechtbank Noord-Holland, 15-04-15
De kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of de bank haar (bijzondere) zorgplicht jegens eiser heeft geschonden door eiser onjuist of onvolledig te informeren over de Renteswap en Supercollar en de daaraan verbonden risico’s op het moment dat de marktrente daalt in plaats van stijgt, welke risico’s zich thans hebben verwezenlijkt. De bank heeft – voordat eiser de Renteswap is aangegaan – eiser bij reeds genoemde brief van 5 juni 2007 uitdrukkelijk voorgehouden dat hij met de Renteswap niet “van een eventuele rentedaling” zou profiteren en dat, indien eiser verwachtte dat de markrente zou dalen, het “niet verstandig” zou zijn het “renterisico te fixeren middels een renteruil”. Ook bij de Supercollar heeft de bank eiser – voordat eiser deze is aangegaan – er bij brief van 15 januari 2008 nadrukkelijk op gewezen dat eiser “niet onbeperkt profiteert van een rentedaling” en dat, zodra de markrente “lager of gelijk is aan 3,15%”, de rentelasten niet langer slechts de Rentefloor, maar alsnog “5,00 % exclusief debiteurenopslag” bedragen. Aldus valt niet in te zien dat de bank eiser onvoldoende of onjuist heeft geïnformeerd over vorenbedoelde risico’s van de Renteswap en Supercollar en al helemaal niet op het punt waar eiser zich – in de kern – over beklagen, namelijk dat de marktrente is gedaald en dat eiser daar niet (meer) van profiteert. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 25-03-15
Rechtbank beoordeelt of de bank bij de totstandkoming van renteswaps jegens eisers is tekortgeschoten, of de bank de renteswap mag beëindigen en of de bank de door eisers verschuldigde bedragen onder de geldleningsovereenkomsten kan opeisen en daarbij tot uitwinning van haar zekerheidsrechten mag overgaan.  Zie uitspraak.

Rechtbank Oost-Brabant, 04-03-15
Zorgplicht bank ter zake afsluiten derivaten. Zie uitspraak.

Rechtbank Den Haag, 14-01-15
Rentederivaten (“plain vanilla” swap, cancellable swap, extendable swap, steeperner, participating cap) afgesloten door bedrijf en haar directeur in privé. Onder meer: adviesrelatie, geen bijzondere zorgplicht. Geen schending klachtplicht. Beroep op dwaling faalt. Geslaagd beroep op schending zorgplicht bank jegens de directeur (in privé) omdat de bank bij het afsluiten van de renteproducten en de garantstellingen niet is nagegaan of deze zich bewust was van de risico’s die hij in privé liep en deze overzag. De bank heeft verder ten onrechte nagelaten om bij het afsluiten van de cancellable swap en de extendable swap ondubbelzinnig de afwijkingen van de uitgangspunten van deze renteproducten te bespreken en zich ervan te vergewissen of haar klanten deze renteproducten desalniettemin wilden afsluiten en of zij de uitgangspunten wensten aan te passen. Verder heeft de bank niet – toen dat aan de orde was – met haar klanten gesproken over (de mogelijke consequenties van) het afwijken van het uitgangspunt over de looptijd van de renteovereenkomsten. Gezien de effecten daarvan die zich ten aanzien van het bedrijf hebben gemanifesteerd, heeft de Rabobank in de gegeven omstandigheden in dit specifieke geval ook haar zorgplicht geschonden ten aanzien van het bedrijf door geen collateral te bedingen. Verder is de rechtbank voorshands van oordeel dat de bank een verwijt treft door haar klanten niet te waarschuwen toen de dekkingsgraad 100% dreigde te overschrijden. Of en in hoeverre dit als onrechtmatig handelen en tot schadeplichtigheid leidt hangt af van de vraag hoe de dekkingsgraad zich heeft ontwikkeld en wanneer contact was tussen partijen. Dit moet worden uitgezocht. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 07-01-15
Renteswap. Euribor, vaste rente. Voorlopige voorziening. 843a Rv; rechtmatig belang; standvan zaken in het geding. Afgewezen. Zie uitspraak.

Gerechtshof Amsterdam, 16-12-14
Incidentele vordering op de voet van art. 843a Rv terzake van vordering tot vernietiging of ontbinding van renteswaps en swaptions. Afwijzing. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 29-09-15
Renteswaps afgesloten tussen [de bank] en [eiser] in verband met een onderliggende kredietovereenkomst. [Eiser] verwijt [de bank] dat deze niet heeft gewaarschuwd voor de gevolgen van het aanhouden van de renteswaps toen de kredietovereenkomst werd beëindigd. De rechtbank oordeelt dat dit deel van de vordering niet slaagt nu causaal verband tussen het (beweerdelijk) ontbreken van een expliciete waarschuwing van de bank en het niet beëindigen van de swaps (en dus de ten gevolge van het doorlopen van de renteswaps hogere rentekosten) ontbreekt. [Eiser] verwijt [de bank] voorts dat in strijd met de afspraken een marge voor [de bank] was opgenomen in de door [eiser] te betalen vaste rente. Dit deel van de vordering slaagt niet omdat partijen het hier aan de orde zijnde vaste- rentepercentage inclusief bankmarge zijn overeengekomen, welke overeenkomst niet is vernietigd of ontbonden. Zie uitspraak.

Gerechtshof Amsterdam, 25-11-2014
Renteswap. Euribor, vaste rente. Voorlopige voorziening. 843a Rv. Eiser heeft in het incident gevorderd dat het hof, uitvoerbaar bij voorraad en voorafgaand aan de verdere procesvoering in de hoofdzaak, ING zal veroordelen tot het verstrekken van afschrift of uittreksel van de in de incidentele conclusie inhoudende vordering tot inzage, afgifte of uittreksel van bescheiden ex artikel 843a Rv onder 29 onder a tot en met e genoemde bescheiden aan eiser. Eiser stelt in het incident dat hij, gelet op het eigen belang van ING bij de totstandkoming van de renteswap, een rechtmatig belang heeft om inzicht te krijgen in de gang van zaken rond de door ING gestelde voorwaarde dat het renterisico van de financiering van zijn vastgoedportefeuille voor 50% afgedekt diende te worden en de marges die ING heeft behaald bij het afsluiten van de renteswap. Nu in de hoofdzaak de memories van grieven en antwoord inmiddels zijn genomen, ziet het hof aanleiding om het incident en de hoofdzaak gezamenlijk te behandelen. Het hof kan zich voorstellen dat, gelet op de aard en het belang van de zaak, partijen eerst de zaak bepleiten alvorens arrest in het incident en de hoofdzaak te vragen. De zaak in het incident zal naar de rol worden verwezen voor beraad partijen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 01-10-14
Renteswap – bank heeft zorgplicht geschonden, causaal verband en schade, eigen schuld. Zie uitspraak.

Rechtbank Oost-Brabant, 01-10-14
Contradictoir. Renteswap zaak. Verjaring dwalingsberoep ten aan zien van het aangaan van de swap. Vervolgens honorering beroep op 6:89 BW in het kader van de bijzondere zorgplicht: eerste klacht niet concreet genoeg, tweede klacht vijf en een half jaar na aangaan swap te laat. Vorderingen klant bank op de grondslagen dwaling, wanprestatie en onrechtmatige daad aldus afgewezen. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 10-09-14
Tussenvonnis, zorgplicht bank bij aangaan renteswapovereenkomsten met ervaren vastgoedhandelaar, beroep op dwaling bij totstandkoming overeenkomsten. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 06-08-14
Renteswap. De renteswap is afgesloten op advies van de bank. De combinatie van een geldlening en een renteswap is een complex product waaraan andere risico’s verbonden kunnen zijn dan aan een normale kredietovereenkomst. Dit betekent dat op de bank tegenover Havebo bij de totstandkoming van de renteswapovereenkomst de plicht rust Havebo voorafgaand aan het sluiten van die overeenkomst volledig, juist en begrijpelijk te informeren over de mogelijke gevolgen en de specifieke risico’s van het afsluiten van die overeenkomst. Op Havebo rust de stelplicht en bewijslast van de feitelijke grondslag van de gestelde tekortkoming van de bank in de nakoming van haar zorgplicht. Overwogen wordt onder meer dat de in deze zaak volgens de bank getoonde Powerpoint Slides veel minder uitgebreide en duidelijke informatie over de specifieke risico’s verbonden aan een renteswap bevatten dan de Powerpoint Slides die in andere voor deze rechtbank gevoerde procedures over renteswaps door de bank waren getoond en overhandigd (zie bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 10 april 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:7103 en 7104 en Rechtbank Amsterdam 9 april 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2280). Slotsom is dat de rechtbank voorshands bewezen acht dat de bank Havebo voorafgaand aan het sluiten van de renteswapovereenkomst onvoldoende heeft geïnformeerd over de mogelijke gevolgen en de specifieke risico’s verbonden aan het afsluiten van die overeenkomst, behoudens door de bank te leveren tegenbewijs. De rechtbank stelt de bank in de gelegenheid dit tegenbewijs te leveren. Zie uitspraak.

Rechtbank Midden-Nederland, 23-07-14
Renteswap. Zorgplicht bank. Gedaagden dienen bewijs aan te leveren. Zie uitspraak.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15-04-14
Een renteswap is een complex en risicovol financieel instrument. Op de Bank rust een bijzondere zorgplicht om de cliënt niet mis te verstane bewoordingen te waarschuwen voor de aan dit instrument verbonden risico’s, in het bijzonder het risico van een negatieve markwaarde bij voortijdige beëindiging van de overeenkomst. De Bank rust deze bijzondere zorgplicht daarom niet alleen voorafgaande aan het sluiten van de renteswaptransacties maar bovendien op het moment dat cliënt de leningsovereenkomst vervroegd wil beëindigen. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 09-04-14
Renteswap, voorlichting, risico, kosten (tussentijdse) beëindiging. Rb: Een renteswap is in beginsel geschikt om – zoals hier – het renterisico over een langlopend krediet met een variabele rente af te dekken, nu daarmee de gedurende de looptijd te betalen variabele rente wordt geruild tegen een te betalen vaste rente. Kern van het geschil is de vraag of de bank voldoende heeft gewezen op het risico dat de klant bij eventuele tussentijdse beëindiging van de kredietovereenkomst een mogelijke negatieve marktwaarde van de renteswap verschuldigd zou zijn. Uit de kredietovereenkomst, de Algemene voorwaarden, de brochure OTC-derivatentransacties en de presentatie van de slides, blijkt wat het aan een renteswap verbonden risico is. Van de klant mag worden verwacht dat zij kennis neemt van de verstrekte informatie en indien zij die niet begrijpt of daarover aanvullende vragen heeft, zich tot de bank wendt om zich nader te laten informeren voordat zij besluit een renteswapovereenkomst af te sluiten. Klant wordt toegelaten tot tegenbewijs tegen vaststelling ex 157 Rv dat zij informatie heeft ontvangen. Bank mag nader onderbouwen dat, zoals zij stelt, de bij tussentijdse beëindiging van een vastrentende lening verschuldigde boeterente in dit geval hoger was geweest dan kosten van de beëindiging van de renteswapovereenkomst. Zie uitspraak.

Rechtbank Noord-Holland, 09-04-14
Renteswap met verlengingsrecht voor de bank (“swaption”). Beroep op dwaling door klant faalt. Rabobank ook niet tekortgeschoten in zorgplicht voor en informatieplicht aan de klant. Zie uitspraak.

Rechtbank Oost-Brabant, 26-03-14
Constructie van geldlening met renteswap. Schending bijzondere zorgplicht. Zie uitspraak.

Rechtbank Gelderland, 07-03-14
Opheffing executoriaal beslag. Handelen in uitoefening van beroep of bedrijf bij sluiten van hypothecaire lening. Is de bank bevoegd op grond van een waardedaling van onroerende zaken extra aflossing te vragen en uit het uitblijven daarvan een tekortschieten van eisers af te leiden dat uiteindelijk tot opzegbaarheid van de overeenkomst en opvordering van het gehele openstaande bedrag leidde? Had de bank bij het bepalen van de hoogte van de aflossing rekening moeten houden met de financiële positie van eisers? Is het opeisen van het resterende bedrag van de lening naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar? Heeft de bank met het opeisen van de lening in strijd gehandeld met de maatschappelijke zorgplicht die banken hebben, zowel jegens hun cliënten (eisers) als tegenover derden met wier belangen zij rekening moet houden? Misbruik van recht. Toepassing artikel 521 Rv in zake renteswap. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 19-02-14
Was er sprake van bedrog, althans dwaling, bij afsluiten renteswap overeenkomst? Volgens eiseres heeft ABN Amro haar vooraf onjuist geïnformeerd en had zij hierdoor een verkeerde voorstelling van zaken toen zij de overeenkomst afsloot. De bank zou de in acht te nemen bijzondere zorgplicht jegens eiseres hebben geschonden, althans er zou sprake zijn van een onrechtmatige daad. Eiseres beroept zich subsidiair op artikel 6:258 BW (onvoorziene omstandigheden). De rechter wijst alle vorderingen af. Zie uitspraak.

Rechtbank Oost-Brabant, 29-01-14
Contradictoir. Geen bewijslevering in etappes. Zie uitspraak.

Rechtbank Oost-Brabant, 27-11-13
Contradictoir. Renteswap constructie. Afwijzing vorderingen gegrond op dwaling. Bank heeft voor aangaan overeenkomst middels documentatie voldoende duidelijk aan klant medegedeeld dat renteswap de facto resulteerde in vaste rente voor klant en deze dus niet profiteerde van tussentijdse rentedalingen. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 27-11-13
Dwaling bij aangaan renteswap. Oneerlijke handelspraktijken. De gestelde wilsgebreken leiden niet tot vernietiging van de renteswap. Geen oneerlijke handelspraktijk. Eiser moet, ondanks gebrekkige voorlichting van de bank dienaangaande, hebben geweten dat er een variabele rentecomponent was die niet viel onder de werking van de renteswap. Ten aanzien van de exit kosten en herfinanciering was het aan eiser om zich hierover nader te laten informeren. Niet aannemelijk dat eiser de swap niet zou hebben gesloten indien de bank hem wel volledig had geïnformeerd. Zie uitspraak.

Rechtbank Midden-Nederland, 04-09-13
Renteswap, bewijsopdracht cliënt schending zorgplicht bank. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 30-08-13
Vordering tot meewerken Deutsche Bank aan overstap naar andere bank afgewezen. Zie uitspraak.

Rechtbank Oost-Brabant 03-07-13
Renteswap en Super Collar. Tussenvonnis bij eindvonnis van 4 maart 2015, ECLI:NL:RBOBR:2015:1320. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 08-05-13
Rentederivaten (rentecap; renteswap); beslissing om de leningfaciliteit niet geheel op te nemen; zorgplicht bank. Zie uitspraak.

Rechtbank Rotterdam, 08-05-13
Financiering vennootschappen door bank; renteswapcontract; omvang verstrekte zekerheid; dwaling/toerekenbare tekortkoming/onrechtmatige daad?; omvang zorgplicht bank; omvang onderzoeksplicht klant; ‘afgesproken bedrag’; voorshands oordeel dat wezenlijke informatie niet is verstrekt; bank mag tegenbewijs leveren; bewijsopdracht vennootschappen dat bank hun heeft laten weten dat waarschuwingen voor overschrijding afgesproken bedrag konden worden weggegooid. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 10-04-13
Rentswaps, zorgplicht van bank jegens cliënt bij totstandkoming en uitvoering van renteswapovereenkomst. Nadat cliënt bank had laten weten dat hij van de swap af wilde maar de kosten te hoog vond had de bank cliënt erop moeten wijzen dat swapovereenkomst in verband met rentestand kosteloos beëindigd had kunnen worden. De klant is te verwijten dat hij vervolgens niets heeft ondernomen om de renteswapovereenkomst tussentijds te beëindigen nadat hij op de hoogte kwam van de gevolgen van de dalende EURIBOR rente voor zijn verplichtingen jegens de bank uit de renteswapovereenkomst. Vanaf dat moment is de geleden schade voor zijn rekening. Zie uitspraak.

Rechtbank Noord-Nederland, 20-03-13
Opzegging swaptransactie, zorgplicht bank. Zie uitspraak.

Rechtbank Dordrecht, 29-02-13
Transactie tussen eiser en gedaagde (bank) waarbij eiser een rentecap verkoopt en een renteswap tot stond komt. Dwaling? Bewijsopdracht aan eiser ter zake onjuiste voorstelling van zaken. Subsidiair beroept eiser zich op toerekenbare tekortkoming of onrechtmatige daad van de bank. Schending zorgplicht? Bewijsopdracht aan eiser ter zake de onjuistheid van het advies. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 29-06-11
Eisers stellen de bank aansprakelijk voor de kosten van herfinanciering omdat de bank de beëindiging van de kredietrelatie met eisers heeft geforceerd door toezeggingen dan wel gewekt vertrouwen ten aanzien van verdere kredietverlening niet gestand te doen. Van onrechtmatig handelen aan de zijde van de bank is geen sprake. Niet gebleken is dat de bank een (vooropgezet) plan zou hebben om de relatie met eisers te beëindigen. Het stond de bank als kredietverstrekker – behoudens bijzondere omstandigheden waarvan hier niet is gebleken – in beginsel vrij een eigen afweging te maken over de vraag of zij, gelet op de in dit geval relevante omstandigheden, (additionele) financiering aan eisers wenste te verstrekken. Dit zou anders kunnen zijn indien de bank zich al tot (additionele) kredietverlening had verbonden door daartoe een (onvoorwaardelijke) toezegging te doen aan eisers, dan wel door anderszins bij hen het gerechtvaardigd vertrouwen te wekken dat zij (onvoorwaardelijk) tot (additionele) kredietverlening zou overgaan. Hiervan is niet gebleken. De bank noch de verzekeraar is jegens eisers tekort geschoten in de op hen rustende zorg- en informatieplicht. Eisers zijn voldoende gewaarschuwd voor het risico van voortijdige afkoop van de levensverzekeringen. Zie uitspraak.

Rechtbank Amsterdam, 11-04-07
Renteswap; zorgplicht van de bank. NVG c.s. heeft na uitvoerige toelichting van HBU haar verweer dat zij geen swap is overeengekomen onvoldoende gemotiveerd toegelicht, zodat hieraan voorbij wordt gegaan en als vaststaand wordt aangenomen dat partijen een swap zijn overeengekomen. Geen schending van de zorgplicht door HBU voorafgaand aan het sluiten van de swap. De directie van NVG c.s. heeft enige ervaring met het afsluiten van omvangrijke kredieten en zij kan in staat worden geacht om zich goed te informeren alvorens zij een voor haar nieuw product als een renteswap afsluit. Van NVG c.s. kan verwacht worden te begrijpen dat aan het vroegtijdig aflossen van een lening kosten zijn verbonden, ongeacht of het daarbij gaat om een reguliere lening of om kosten verbonden aan het beëindigen van een swap. HBU behoefde NVG c.s. in het kader van haar zorgplicht niet uit zichzelf en expliciet te wijzen op de kosten die gepaard gaan met het vroegtijdig afbreken van een swap. Zie uitspraak.